zaterdag 7 augustus 2010

Mensen die (nog) meer willen

De organisatie heeft een soort 'huisblad', dat onder het personeel verspreid wordt. Dat schijnt goed te zijn voor de onderlinge band. Dat moet het 'wij-gevoel' bevorderen. Het wordt niet via de interne post verspreid, maar wordt via TNT Post aan de huisadressen gestuurd. Dat heeft niets te maken met de diverse locaties, maar het is ook vreselijk belangrijk dat de huisgenoten van het personeel het kunnen lezen, zodat ze weten in wat voor mooie, fijne, interessante omgeving de partner of paps of mams werkt. Het blad wordt door een of ander extern bureau professioneel in elkaar gezet en ziet er zelfs een beetje glossy uit. Het komt bij mij meestal op de stapel 'nog te lezen' liggen, want ik zit er niet maandelijks reikhalzend naar uit te kijken. Van tijd tot tijd gaat de hele stapel naar de oudpapierbak. Toen het weer eens zover was, lag er net zo'n blad bovenop en mij schoot iets te binnen. In elk nummer wordt een bepaalde afdeling of persoon wat nader onder de loep genomen en daar staat altijd wel minstens één foto bij. Ik viste alle nummers tussen de rest uit, elf in totaal, en bladerde ze door. Bij het zesde nummer was het "Bingo!" Er was een nieuwe sectie (zo noem ik het maar even) in het leven geroepen en wie was daar het chefje van? Inderdaad: de jongste van die twee die in de kroeg zich niet gerealiseerd hadden dat niet alleen muren oren hebben, maar ook lezende bierdrinkers. Hij was via een headhunter naar de organisatie gehaald en als ik het goed begreep kon je hem zonder veel overdrijving geniaal noemen, zeker op zijn vakgebied. Ik werd meteen ook weer pissig. Bij genialiteit hoort meestal een niet onaardig salaris. Wat brengt mensen die toch al goed verdienen er nou toe om zich langs frauduleuze weg nog meer te verrijken? Om zich een Bugatti in plaats van een ordinaire Mercedes SLR te kunnen aanschaffen? Om een tropisch zwemparadijs in de tuin te bouwen? Als die man, die trouwens een paar jaar ouder was dan ik hem ingeschat had, gewoon normaal en eerlijk zijn werk deed, zou over een paar jaar de volgende headhunter op zijn stoep staan met een nog beter betaalde baan. Volgens mij zit hij nu al ruim boven de Balkenendenorm.

Elke organisatie van enige omvang heeft tegenwoordig wel een zogenaamde 'vertrouwenspersoon'. Bij die persoon kun je dingen aankaarten die je liever niet met een collega of directe chef bespreekt. Bij ons is ook zo'n persoon en ik heb een tijd geleden overwogen met haar te gaan praten. Ik heb er van afgezien. Moest zij naar die man toestappen met "Iemand heeft jou in een café met ... horen praten over .. Kan dat kloppen?" Hij zou haar smakelijk uitlachen. Nu denk ik ook wel eens: misschien moet ik het toch doen. Er komt wel niks van, maar het zou hem misschien wel een onrustig nachtje kunnen bezorgen.

Het bloggen heeft in ieder geval al één positief resultaat: het verschaft enige opluchting. Ik heb het idee dat ik er iets aan doe. Het heeft ook een (acuut) nadeel: tussen het schrijven door zit ik over van alles en nog wat te piekeren. Dat leidt tot koppijn. Ik neem dus een paracetamol en ga naar bed.

vrijdag 6 augustus 2010

Hulp in aantocht?

Wat me in de loop der jaren wel duidelijk is geworden, is dat ik niet zo'n makkelijk persoon ben om mee samen te wonen/leven. Een relatie duurde meestal niet zo lang. Zo veel relaties waren er trouwens niet. Maar verder ben ik gewoon iemand die zijn verhaal wel eens kwijt wil. Ik wil ook wel eens vertellen dat ik een leuke dag gehad heb, of dat alles weer eens compleet klote was. Dan wil ik ook respons en dat mag best zijn: "Stel je niet zo aan." Ik wil, met andere woorden, mijn mening wel eens toetsen bij iemand die ik ken en wiens manier van denken en voelen ik ken.

Ik ga met mijn tijd mee, dus op een gegeven moment ben ik gaan internetdaten. Het leek me een goede manier om iemand te ontmoeten die ik al een beetje kende, al realiseerde ik me wel dat je via het internet de grootst mogelijke onzin over jezelf kunt vertellen en daar een foto kunt bijplakken die al wat jaartjes oud is. Ik ben zo eerlijk mogelijk over mezelf geweest en de profielfoto die ik erbij deed was nog geen half jaar oud. Ik was eerlijk gezegd stomverbaasd over het aantal reacties dat binnenstroomde. Sommige dames wilden bij wijze van spreken al voor de volgende dag iets afspreken. Die waren meestal ook al gauw weer verdwenen als ik aan de rem trok. Een aantal keren is het, na het nodige e-mailverkeer, tot een ontmoeting gekomen. Ik zal wel te kritisch zijn, maar dat viel meestal behoorlijk tegen. Eén keer zag het er veelbelovend uit.

Ik noem haar hier Anneke. We hebben geruime tijd ge-e-maild. Zij zat er ook niet om te springen op korte termijn gezamenlijk kroeg, restaurant en bed in te duiken. Ze had me één foto gestuurd. Ze zit ergens in het gras langs de kant van een landweg. Haar fiets staat tegen een hek van een weiland, samen met een andere fiets. Haar blonde haar zit strak naar achteren. (Ik weet nu dat ze toen een paardenstaart had.) Ze draagt een T-shirt, korte broek en sandalen. Ze zag er zeer aantrekkelijk uit. "Dat was een jaar geleden", schreef ze erbij. Ze is in ieder geval geen dom blondje. Dat had ik na een paar e-mails al door. Ze schreef leuk en boeiend over zichzelf en over wat ze van dingen vond. Ze schreef ook bijna foutloos. Daar let ik nou eenmaal ook op. Na een tijdje besloten we, op haar initiatief, elkaar in levende lijve te ontmoeten. Er klikte wel iets. We ontmoetten elkaar diverse keren, bleven bij elkaar slapen. Weer op haar initiatief gingen we een week naar een bungalowpark. Het was een heel plezierige week, tot de laatste avond. We kregen geen ruzie of zo. Zonder dat uitgesproken te hebben, wisten we dat we een beslissing moesten nemen: gaan we door en, zo ja, hoe? Anneke zei het zo: "We kunnen het uitstekend met elkaar vinden. Dit was een leuke week, maar ik vind het helemaal niet erg om vanaf morgen weer alleen thuis te zijn. Zegt dat wat?"

Ik weet nog dat ik me teleurgesteld voelde, maar me ook meteen afvroeg waarom ik dat was. Vooral omdat de week voorbij was? Toch een wat gekrenkt ego? Ik wist ook dat ik niet doodongelukkig zou worden als er geen definitieve relatie zou ontstaan. Er is wel een relatie, maar die is puur vriendschappelijk. We mailen elkaar van tijd tot tijd nog.

Dat was een heel lange inleiding voor een eenvoudige mededeling. Een aantal weken voor ik aan deze blog begon heb ik haar een uitgebreide mail gestuurd over wat ik wist. In een volgend blog kom ik op haar reactie terug.

donderdag 5 augustus 2010

Het begin

Het begon allemaal in een kroeg, op een zaterdagmiddag. Ik zat aan de bar met een pilsje en had net een portie vlammetjes besteld. Naast mij waren nog twee krukken vrij. Een man van een jaar of vijftig vroeg netjes of ze vrij waren. Dat waren ze. Ik had het idee dat de man ergens anders al iets gedronken had. Een paar minuten later voegde een jongere man, jaar of dertig, zich bij hem. Ze waren allebei casual gekleed, maar weer op zo'n manier dat ik vermoedde dat ze in hun dagelijks werk altijd in van die strakke pakken liepen, waarvoor je niet naar C&A gaat. Ik zat te lezen, niet een boek, al had ik dat wel bij me, maar het aardige van die kroeg is dat ze er een goed voorziene leesportefeuille hebben. Niet van die onbenullige bladen die je in de wachtkamers van poliklinieken vindt, maar goede Nederlandse en buitenlandse week- en maandbladen. Ik las de Nederlandse National Geographic, een artikel over de Noorse ontdekkingsreiziger Fridtjof Nansen.

Ik luister nooit naar gesprekken van mensen om me heen, zeker niet als ik aan het lezen ben, maar op een gegeven moment viel in het gesprek tussen die twee mannen naast me ineens de naam van 'mijn' organisatie. Al gauw bleek dat ze in feite collega's van me  waren, maar ik herkende ze totaal niet. Ik ging er dus vanuit dat ze op een andere locatie werkten. Uit het vervolg van het gesprek maakte ik op dat zij ook op verschillende locaties werkten. Ze tutoyeerden elkaar dus ze zouden wel vaker contact met elkaar hebben. Ik had er absoluut geen behoefte aan te laten merken dat ik ook een collega was. Soms denk ik: had ik dat maar wel gedaan. Dan hadden ze hun vertrouwelijke gesprek zeker niet voortgezet, tenminste niet in die kroeg en had ik van niets geweten en me nergens druk over hoeven te maken.

Achteraf vond ik het nogal stom dat ze hun gesprek in een kroeg hielden. Er stond wel behoorlijk luide muziek aan, maar ik kon het gesprek toch redelijk volgen. Misschien had het te maken met het feit dat ze hun whisky in een heel wat rapper tempo dronken dan ik mijn pils. Op een gegeven moment ging het gesprek over een netwerk en bijverdienen. De oudste man had het zelfs over "aardig bijverdienen". De jongste man trok vragend zijn wenkbrauwen op. "Een extra jaarsalaris, belastingvrij." Na een tijdje begreep ik dat het netwerk bestond uit één of twee mensen per locatie. De jongste man was kennelijk, zonder het te weten, door een of andere ballotage gekomen ("Die is er wel voor te porren.") en werd nu als het ware in het netwerk geïntroduceerd.

Ik miste af en toe wel wat, maar in grote lijnen kwam het hier op neer: op sleutelposities in de diverse locaties zaten personen die door handig gebruik te maken van de keuzemogelijkheden binnen het administratieve systeem bepaalde overboekingen konden doen naar een rekening buiten de organisatie. Dat werd mede mogelijk gemaakt door een ernstige fout in de software die echter alleen door de ware kenner ontdekt kon worden en ook min of meer bij toeval door zo'n kenner ontdekt werd.

Ik heb al geschreven dat 'ze' bepaald niet dom zijn. "Je moet niet te hebberig worden", zei de oudste man. "Aan de winstcijfers mag niets te merken zijn, maar zelfs een kwart procent van de winst is al een mooi bedrag om onder een toch beperkt aantal mensen te verdelen." De jongste man wist kennelijk wat de winstcijfers waren. Hij knikte waarderend. "Ik zou wel iets leuker willen wonen dan in zo'n Vinexrijtje."

Wat het bier betreft zat ik wel aan mijn taks. Ik had me ertoe moeten dwingen om af en toe een bladzijde om te slaan om het niet te laten opvallen dat ik niet meer zat te lezen.  Ik zat me kwaad te maken en had de neiging om ze verrot te schelden, maar ik hield me in. Ik had voorlopig genoeg gehoord. Ik rekende af en fietste naar huis. Die avond heb ik nog lang zitten nadenken.

woensdag 4 augustus 2010

De eerste stap

Uiteindelijk moet ik er een keer mee naar buiten komen. Maar als ik daarmee wacht tot alles te bewijzen valt kan het nog zomaar een paar jaar duren. Met wat ik nu weet kan ik niet 'hogerop' gaan, omdat ik niets hard kan maken. Daar komt dan nog bij dat ik toch al niet de meest populaire werknemer ben van de organisatie waarvoor ik werk: wanneer ik ergens kritiek op heb, laat ik dat altijd luid en duidelijk blijken. Misschien doe ik dat te veel, want de reactie is vaak: "O, daar heb je hem weer. Hij zal een keer geen kritiek hebben."

Het gaat nu niet over kritiek, omdat ik toevallig weer eens een ander idee over iets heb. Een paar maanden geleden heb ik - binnen de organisatie - bij puur toeval iets ontdekt wat absoluut niet in de haak is. Daar zou geen mens over twijfelen. Het probleem is dat ik geen schijn van bewijs heb. Het lijkt ook te onwaarschijnlijk om waar te zijn. Als ik het een collega zou vertellen, zou de reactie voorspelbaar zijn. Zie hierboven. Buiten de organisatie is, zonder hard bewijs, niemand geïnteresseerd.

Een paar dagen geleden kwam ik op het idee dat wat ik weet in een blog te beschrijven. Ik weet dat de kans dat iemand dit - en wat er verder nog komt - leest en het ook nog eens herkent zeer miniem is. Maar je weet maar nooit. Ik heb dit blog aangemeld bij alle zoekmachines die er maar zijn en er wordt heel wat gegoogeld. En de organisatie waarvoor ik werk behoort niet tot de kleinste van Nederland.

Ik weet dat het allemaal ontzettend vaag klinkt. Ik heb het over de 'organisatie' waarvoor ik werk. Dat kan van alles zijn: een particulier bedrijf, een non-profitorganisatie of een overheid. Daar laat ik (nog?) niets over los. Ook mezelf houd ik zo onherkenbaar mogelijk. De naam hieronder is niet mijn echte naam. Ik ga er maar vanuit dat ik niet de enige kritische werknemer in Nederland ben. Dat ik ondanks mijn regelmatige kritiek nog altijd getolereerd word heeft een vrij simpele reden: ze kunnen om mijn deskundigheid niet heen. Die zien ze niet graag vertrekken.

Natuurlijk heb ik niet stilgezeten nadat ik mijn 'ontdekking' had gedaan. Ik ben gaan kijken of ik meer gegevens kon verzamelen, zeg maar: bewijsmateriaal. Maar degenen om wie het gaat zijn bepaald niet stom en ik kan natuurlijk niet mijn gewone werk verwaarlozen. Ik ga ze geen wapens in handen gegeven om me toch de deur uit te werken. Ik kom af en toe wat later en ga soms wat later weg. Een enkele keer kan ik tijdens werktijd wel eens wat naspeuringen doen.

Ik was toch al van plan eens voor mezelf op te schrijven wat ik tot nu toe te weten ben gekomen. Dat kan op zich al tot meer inzicht leiden. Maar als ik toch schrijf, kan het net zo goed hier. Wat verwacht ik daarvan? Beter gezegd: waar hoop ik op? Het geeft mezelf in ieder geval het gevoel dat ik tenminste iets doe. Misschien zijn er toevallige passanten die me kunnen adviseren. Graag! Het mooiste zou zijn als collega's hier terecht zouden komen, iets zouden herkennen en dat zouden laten weten. Hoe we daarna met elkaar in contact komen zien we dan wel. Ja, ik weet dat 'ze' hier dan ook terecht zouden kunnen komen. Dat is ook een kwestie van later zorg. Ze zouden bijna hackers moeten zijn om achter mijn identiteit te komen. Daar heb ik wel voor gezorgd.

De titel van dit blog zal nu wel duidelijk zijn. Klokkenluiders zijn nooit populair. Ze hangen de vuile was buiten. Ze zouden de organisatie, misschien wel de werkgelegenheid in gevaar kunnen brengen. Maar ik houd niet van ongelijke behandeling. Iemand die wat privépapieren kopieert krijgt op zijn donder, als hij laag genoeg in de pikorde staat. Maar als een hoge piet zijn zakenlunches wel erg duur maakt, kraait er geen haan naar. Maar over zulke pietluttigheden zal dit blog niet gaan.

De eerste stap heb ik nu gezet. Ik doe mijn best er meer te laten volgen.